Naast Jou en de (fysieke) psychologie
De (fysieke) impact van zorgen voor een dierbare
Wanneer een dierbare die ziek is, hulp nodig heeft is, verandert er veel. Als partner, familielid of vriend voel je waarschijnlijk een diepe wens om te helpen, te steunen, er onvoorwaardelijk te zijn. Deze zorg komt voort uit liefde – en juist omdat je zo betrokken bent, kan het je ook veel kosten. Niet alleen emotioneel, maar ook lichamelijk en mentaal.

Zorgen voor een dierbare raakt je niet alleen emotioneel, maar ook lichamelijk. Je lichaam draagt wat je hart voelt. Misschien merk je dat je spieren gespannen zijn, je ademhaling oppervlakkiger is geworden of dat je nachtrust achteruitgaat. Veel naasten ervaren chronische vermoeidheid, rug- of nekklachten, hoofdpijn of zelfs maag- en darmproblemen. Dit zijn signalen die je lichaam geeft wanneer het langere tijd in een staat van alertheid of overbelasting verkeert (Schulz & Sherwood, 2008).
Wanneer je zorgt voor een ander, schuif je vaak je eigen behoeftes opzij. Dat begint met “even dit nog regelen” of “het huishouden nog snel doen”, maar zonder pauzes of herstelmomenten bouwt spanning zich op in je systeem. Je stresshormoon cortisol kan langdurig verhoogd blijven, wat invloed heeft op je immuunsysteem, bloeddruk, spijsvertering en concentratievermogen (Vitaliano et al., 2003).

Ook de manier waarop je beweegt en je lichaam gebruikt verandert vaak ongemerkt. Je tilt zwaarder, zit vaker voorovergebogen, slaapt onrustig, eet gehaaster. Dit alles kan leiden tot chronische spierspanning, energieverlies en lichamelijke uitputting.
Het erkennen van deze signalen is geen zwakte. Het is een uitnodiging. Een teken van je lichaam dat je ook goed voor jezelf mag zorgen. Door naar je lijf te luisteren, rustmomenten te nemen en steun te vragen, voorkom je dat fysieke spanning omslaat in klachten die je beletten om er op een gezonde manier te blijven zijn – voor je dierbare én voor jezelf.

Zelfzorg is geen egoïsme Zorgen voor een ander betekent niet dat je jezelf moet vergeten. Juist door ruimte te maken voor herstel, rust en plezier, laad je jezelf op om er op een gezonde manier te blijven zijn. Psychologische studies laten zien dat zelfcompassie en het bewust inzetten van positieve momenten bijdragen aan meer veerkracht en een betere mentale gezondheid (Neff, 2003; Folkman & Moskowitz, 2000).
Plan dus bewust rustmomenten in. Zoek steun bij iemand die je vertrouwt. En wees mild voor jezelf op dagen dat het zwaar voelt. Je hoeft het niet perfect te doen – je hoeft het alleen niet alleen te doen.
Verbinding als bron van kracht In periodes van ziekte komt er veel op je af. Verdriet, onzekerheid, machteloosheid – het hoort erbij. Door te praten over je gevoelens, blijf je verbonden met jezelf én met de mensen om je heen. Sociale steun blijkt een cruciale factor in het beschermen van de psychische gezondheid van mantelzorgers en naasten (Folkman & Moskowitz, 2000).
Ook kleine momenten van verbondenheid kunnen van grote waarde zijn: een warme blik, een knuffel, samen muziek luisteren of even in stilte wandelen. Deze kleine rituelen geven rust, houden liefde levend en bieden houvast als woorden tekortschieten.
Voor iedereen die naast iemand staat Of je nu partner, ouder, kind, vriend of collega bent – ieders rol is waardevol. Misschien weet je niet goed wat je moet zeggen of doen. Weet dan: jouw aanwezigheid, jouw aandacht, jouw luisterend oor zijn genoeg. Je hoeft het niet groots te maken. Juist het kleine kan groots voelen.
Wees lief voor jezelf. En ook voor elkaar.
💙 Naast Jou, Je hoeft het niet alleen te doen.

Bronnen: Folkman, S., & Moskowitz, J. T. (2000). Positive affect and the other side of coping. American Psychologist, 55(6), 647–654. Neff, K. D. (2003). The development and validation of a scale to measure self-compassion. Self and Identity, 2(3), 223–250. Schulz, R., & Sherwood, P. R. (2008). Physical and mental health effects of family caregiving. The American Journal of Nursing, 108(9 Suppl), 23–27. Vitaliano, P. P., Zhang, J., & Scanlan, J. M. (2003). Is caregiving hazardous to one’s physical health? A meta-analysis. Psychological Bulletin, 129(6), 946–972.